Korte omschrijving De motorrijder rijdt met een hogere snelheid in een vloeiende lijn een combinatie van linker- en rechterbochten. 

Wijze van uitvoering (beheersing voertuig) De motorrijder: 

  • –  rijdt in een rechte lijn aan op de eerste pylon 
  • –  rijdt met een licht trekkende motor 
  • –  houdt een constante snelheid aan van tenminste 30 kilometer per uur 
  • –  rijdt in bochten een slalom 
  • –  stuurt vanuit de heupen 
  • –  rijdt na de laatste pylon in een rechte lijn weg.